Wat vinden wij belangrijk bij ondersteuning
Wij ondersteunen cliënten in het vormgeven van hun eigen leven. Een cliënt geeft zelf aan – op wat voor manier dan ook – wat hij daarvoor nodig heeft. En het is aan ons om die vraag zo goed mogelijk te verstaan.
Wij gaan er vanuit dat een cliënt de regie over zijn eigen leven heeft. Wij benaderen hem dan ook met respect en gaan respectvol met hem om. Dat betekent dat onze houding afgestemd moet zijn op de cliënt als persoon. Dat betekent dat wij in ons gedrag moeten laten zien dat wij hem waarderen zoals hij is. Dat hij voor ons waarde heeft als mens, wat zijn gedrag en zijn keuzes ook zijn.
Uit deze visie zijn vier basisgedachten ontwikkeld. Wij noemen ze de vier pijlers van de SIG: respect, autonomie, professionaliteit en transparantie.
Wij werken met respect.
Wij zien de anderen in hun waarde. Dat is de basis voor onze omgang met hen.
Wij hebben oog voor de eigenheid van elke cliënt. Wij verplaatsen ons in zijn kijk op de wereld en in zijn visie op het leven. Wij ondersteunen hem bij het vervullen van zijn persoonlijke doelen. Maar respect betekent ook, dat we letten op de veiligheid in zijn omgeving.
In de begeleiding sluiten wij aan bij de taal, de persoonlijke stijl en het levensverhaal van een cliënt. Wij leven ons in zijn gevoelens in, in wat hij belangrijk vindt en wat hij wil nastreven. Als hij moeilijk in staat is om voor zijn belangen op te komen, overleggen we met zijn directe familie.
Wij zoeken samen met de cliënt uit hoe hij zo goed mogelijk kan functioneren binnen zijn eigen omgeving.
Wij vinden autonomie belangrijk.
Wij vinden dat een cliënt vrij is om zijn leven volgens zijn eigen waarden en normen in te richten. Hij heeft de regie over zijn eigen leven. Hij kan in woord of daad vragen om die regie (ten dele) over te nemen.
Wij zetten ons in om een cliënt te ondersteunen bij het maken van zijn eigen keuzes. Wij stimuleren hem om – voor zover dat mogelijk is - zijn eigen verantwoordelijkheid te nemen. Wij laten in houding en gedrag zien dat wij de keuzes van de cliënt respecteren. Waar de autonomie op grenzen stuit, is het onze taak om op een respectvolle manier ondersteuning te bieden.
Wij zijn betrokken bij de cliënt en weten op het juiste moment en op de juiste manier afstand te nemen.

Wij werken professioneel.
Wij laten in houding en gedrag zien dat wij gericht zijn op de cliënt als persoon. Wij vragen ons steeds af of onze manier van ondersteuning bijdraagt aan de autonomie, de emancipatie van die cliënt.
Wij zijn ons ervan bewust van dat onze positie autoriteit met zich meebrengt. Wij zijn daar open over en gaan daar zorgvuldig mee om.
Wij kijken kritisch naar onze eigen opstelling in het werk en kunnen dat ter discussie stellen bij anderen.
Wij zijn transparant.
Ons handelen moet begrijpelijk zijn voor de cliënt en voor anderen. Wij kunnen ons verantwoorden voor ons handelen.
Wij stellen samen met een cliënt een begeleidingsplan op. Wij maken het mogelijk dat anderen inzicht hebben in wat deze cliënt nodig heeft, wat zijn wensen zijn, en hoe anderen hem daarbij kunnen ondersteunen.
Wij maken op basis van argumenten een goede afweging van onze keuzes en beslissingen in de ondersteuning die wij geven.

